Sinds juli 2014 zit ik een jaar thuis door de zwangerschap,
bevalling en kraamtijd van Jim. Sinds die tijd ben ik zo goed als full-time
huismoeder. Hierdoor heb ik tevens alle tijd gehad om aan mijn moederschap
kwaliteiten te werken. Ik moet zeggen dat dit afgelopen jaar een grote reis is
geweest. Wat ik vooral heb gemerkt is dat dit vooral een proces is geweest van
verandering van mezelf. Ik ben nogal een perfectioniste. Hierdoor heel erg van
het alles-of-niets-mentaliteit. Ik kan er namelijk niet tegen als ik iets niet
voor een volle 100% kan doen en als dit me niet lukt doe ik het liever niet.
Doordat ik overdag voornamelijk alleen ben met de kinderen,
heb ik veel tijd om na te denken. Vaak is dat ook de reden van mijn toegenomen
facebook statussen. Ik vraag me namelijk regelmatig af of anderen tegen
dezelfde zaken aanlopen als ik. Maar goed momenteel gaan mijn hersenspinsels
dus vooral over de invulling van het ouderschap en zodus ook deze blog.
Zoals velen denk ik wel weten doen wij aan attachment
parenting (AP) en unconditional parenting (UP) (ookwel onvoorwaardelijk
ouderschap genaamd, OO afgekort). Je kan er eventueel meer over lezen op: http://kiind.nl/articles/55/Natuurlijk_Ouderschap.html
en http://www.natuurlijkouderschap.org/attachment-parenting.../
en http://kiind.nl/articles/364/Onvoorwaardelijkouderschap.html.
Wij zijn op de AP/UP/OO visie via een sluipende weg beland. Toen ik onverwacht zwanger was van mijn oudste was ik niet zo bewust bezig met het inlezen in een visie rondom ouderschap. Ik deed vooral wat mij cultureel en vanuit huis uit mee gegeven was. Of althans zoals ik dacht dat de visie op ouderschap was vanuit de achtergrond waarin ik ben opgegroeid.
Wij zijn op de AP/UP/OO visie via een sluipende weg beland. Toen ik onverwacht zwanger was van mijn oudste was ik niet zo bewust bezig met het inlezen in een visie rondom ouderschap. Ik deed vooral wat mij cultureel en vanuit huis uit mee gegeven was. Of althans zoals ik dacht dat de visie op ouderschap was vanuit de achtergrond waarin ik ben opgegroeid.
Aangezien ik zelf de opleiding doe tot
verloskundige/vroedvrouw kwam ik erachter dat zoals ik thuis ben opgevoed ook
wel overeen kwam met de culturele norm in ons land. Hoe ik de eerste twee jaren
van mijn ouderschap invulde en omging met de oudste was dus niet vreemd. Onze
oudste (toen nog ons enige kind) reageerde hier echter niet zo goed op.
Continue ging ze in strijd met ons gezag. We begonnen aan slaaptraining en
time-outs. Waardoor haar gedrag eigenlijk alleen maar aggressiever werd. Het
werkte niet en leverde constant een machtstrijd op, waarin ik zelf uiteindelijk
zo getriggerd raakte (omdat mijn oudste écht niet wilde toegeven aan een
time-out) dat ik dingen ging zeggen of doen waar ik achteraf veel spijt van had
en enorm verdrietig om was. Met handen in mijn haar ben ik op zoek gegaan naar
een andere manier.
Ik ben artikelen en wetenschappelijke onderzoeken over
opvoeding gaan lezen. Er ging een wereld voor me open. Uren en dagen bracht ik
door op het internet zoekende naar informatie. Ik las artikelen op kiind.nl,
las het boek “opvoeders en huttenbouwers” van kiind, las het boek “how2talk2kids”
en las het boek unconditional parenting van alfie kohn. Langzaam aan veranderde
mijn visie over het ouderschap, of eigenlijk beter gezegd mijn visie over baby’s
en kinderen. De visie die ik had voordat ik kinderen kreeg en die (zo kwam ik
achter) dé culturele norm schijnt te zijn is dat je kinderen écht moet opvoeden
anders komt er niks van ze terecht. Je kon kinderen verwennen, ze kunnen je
manipuleren (hoe jong ze ook zijn), je moet vooral consequent zijn anders
spelen ze je uit, je moet ze straffen anders lopen ze over je heen, je moet ze
belonen anders weten ze niet wat goed gedrag is enzovoorts enzovoorts. Volledig
in die strekking ligt dus de visie dat kinderen niet vanuit zichzelf geneigd
zijn om het juiste te doen en dat empathie iets is wat ze moeten leren.
Mijn visie veranderde echter. Ik kwam er voor mezelf achter
dat er meerdere wegen zijn die naar rome leiden. Door als het leeswerk kwam ik
erachter dat wetenschappelijk onderzoek heel het straffen en belonen systeem
verwerpt. Dat het alleen op de korte termijn werkt en alleen werkt in het
bijzijn van de straffer/beloner. Kinderen leren er volgens onderzoek dus niet “goed”
gedrag van. Ze leren er alleen “goed” gedrag van dat in de ogen van de straffer/beloner (die geval
de opvoeder) onder goed gedrag valt en zullen dit gedrag alleen vertonen uit
angst voor straf of voor goedkeuring (lees liefde) van de opvoeder. Kinderen
kiezen in de afwezigheid van de ouder daardoor (volgens onderzoek) dus niet
automatisch het juiste gedrag en leren dus niet zelf te bepalen/overwegen wat
het juiste is. Tevens blijkt er uit onderzoek dat empathie iets is wat in onze
natuur/biologie ligt. We hebben als mens immers andere nodig om te overleven,
net zoals apen (die heel erg aan ons verwant liggen). Kinderen zullen dus
vanuit die wetenschap vanuit zichzelf vaak geneigd zijn het juiste te doen en
hoeven dus niet constant door ons gevormd te worden. Mijn conclusie was dus ook
dat wij in onze cultuur veelste veel hangen aan het opvoeden. Als een kind zich
in onze ogen misdraagt in de supermarkt, omdat het op de grond ligt te huilen
en te gillen, geven wij hierdoor automatisch de schuld aan de opvoeder. Die zal
zijn of haar kind wel niet goed opvoeden.
Maar goed ik wil mijn blog niet wijden aan de theorieën
achter attachment parenting (AP) en onvoorwaardelijk ouderschap (OO). Hier
hebben anderen namelijk genoeg over geschreven en die kunnen dit veel beter
verwoorden dan ik. Conclusie is dus dat het mijn visie veranderde. Ik werd er
letterlijk en figuurlijk een ander persoon door. Hierdoor pastte slaaptraining
niet meer bij me, de time-outs niet etc. Ik ging liefdevol opvoeden en de
relatie met mijn kind stond centraal. Ik probeerde niet meer mijn kind als een
rot kind te zien als het zich slecht gedroeg. Ik ging grenzen bewaken op een
liefdevolle manier, zonder te straffen en belonen. Ik probeerde vooral op te
voeden door dingen voor te doen, zoals ik dacht dat ze goed waren. Door dit
voorleven, merkte ik dat mijn kinderen dit als van zelf op een geven moment
over gingen nemen. De behoeftes van een ieder in ons gezin werden belangrijker.
Want, zo kwam ik achter, gevoelens wijzen ons op vervulde of onvervulde
behoeftes. Als je blij bent, zijn je behoeftes vervuld. Als je boos of
verdrietig bent, zijn deze niet vervuld. Waarom zou ik mijn kind dan nog
straffen voor een driftbui of boos worden, terwijl die boosheid een onvervulde
behoefte duidelijk wil maken?
Ik merkte dat ik zelf door het straffen van gedrag die voort
kwam uit bijvoorbeeld boosheid of verdriet, geleerd had op gevoelens te
onderdrukken. Het gaf me immers het idee dat ik niet boos mocht zijn en ik
stopte het weg. Echter heeft dit mij niet een gelukkiger mens gemaakt. Ik heb
daardoor geleerd om streng te zijn voor mezelf.
Toen het in de opvoeden van de oudste constant botste met
haar en zij zich aggressief gedroeg, was ik ook streng voor mezelf. Ik voelde
en maakte mezelf daardoor tot een slechte moeder. Ik had sterk het idee te
falen. Dit maakte me dan weer boos of verdrietig. Wat weer extra lading gaf in
de aanvaring met mijn dochter. Kortom, ik kwam erachter dat het opvoeden vooral
lag in het “opvoeden van mezelf”. Als ik de situaties waarin het botste met
mijn dochter achteraf evalueerde, zag ik dat het alleen uit de hand liep als ik
zelf geen ruimte voor haar had.
Via een cursus geweldloze communicatie (www.zayma.com) ben ik die ruimte
voor mezelf gaan creeëren. Immers kwam mijn eigen boosheid en verdriet (of
andere nare gevoelens) ook uit een onvervulde behoefte bij mezelf. Door dit
telkens te achterhalen, kon ik de angel uit de confrontatie halen. Door mezelf
empathie te geven creeëerde ik ruimte om mijn dochter (en nu ook mijn zoons)
empathie te geven. Hierdoor kon ik kijken naar de oorzaak van hun gedrag en
zelf voorleven hoe ik zelf omging als ik boos of verdrietig was i.p.v. de
situatie af te straffen. Langzaam aan verander ik hier zelf door. En als
vanzelf (zonder dat ik strafte of beloonde) veranderde mijn dochter mee. Ook
zij kreeg meer ruimte voor anderen en gedroeg zich empathischer.
Toch is deze wijze van opvoeden (wat dus vooral in de visie
ligt en niet in een opvoedingstechniek of quick fix) niet altijd makkelijk. Als
mijn dochter haar broertje slaat bij voorbeeld, word ik zelf eigenlijk direct
boos. Ik heb dan namelijk een onvervulde behoefte van veiligheid en wil mijn
zoon beschermen. Mijn neiging is dan nog steeds om haar te bestraffen (en
helaas gebeurd dat soms ook nog steeds). Echter weet zij zelf dondersgoed dat
slaan ongewenst gedrag is. Ik probeer dan dus mijn neiging om te straffen te
onderdrukken en mezelf empathie te geven en toe te spreken dat ik de situatie
best even lastig mag vinden. Ik zeg dan tegen mezelf dat dochterlief geen
monster word als ik haar nu niet bestraf. Ik probeer dan een gesprek aan te
gaan, nadat ik eerst zoonlief heb getroost. Ik probeer dan iets te zeggen als “Ik
zie aan je dat er iets aan de hand is waardoor je boos bent. Je weet dat je jou
broertje niet mag slaan. Wat maakt je zo boos dat het niet lukt om het met
woorden op te lossen en dat je hem gaat slaan?” Vaak komt er dan een heel
verhaal uit, soms ook niet. Mijn dochter voelt namelijk dondersgoed aan of ik
deze zin echt meen, of dat ik hem met boosheid als een techniek gebruik en me
dus niet écht wil inleven in haar situatie.
Zelf moet ik nu ook onderhandelen met mijn dochter.
Voorleven is immers in mijn ogen de manier die werkt in onze opvoeding. Ik
probeer dus dingen uit te leggen als dingen niet mogen, empathie te geven als
ze boos of verdrietig word omdat iets niet mag, maar probeer ook ruimte te
hebben voor haar argumenten als ze er “commentaar” op heeft. Soms probeer ik
haar bijvoorbeeld ook een keuze te geven als iets vanwege tijd ofzo echt moet. “Wil
je nu haren kammen en dan je boterham op eten of wil je eerst eten en daarna
haren kammen?” Afhankelijk van de leeftijd en haar stemming kunnen het ook open
vragen zijn. “Ik zie aan je dat je graag tv wilt kijken, je moet alleen over 15
minuten naar school en als je niet eet dan heb je straks honger op school. Hoe
kunnen we dit oplossen?”
Het vergt als ouder dus best wel wat geduld en tijd om het op deze manier te doen. Het is namelijk veel makkelijker en sneller om te zeggen; “zet die tv uit en kom NU je boterham eten, je moet over 15 minuten naar school.”
Het vergt als ouder dus best wel wat geduld en tijd om het op deze manier te doen. Het is namelijk veel makkelijker en sneller om te zeggen; “zet die tv uit en kom NU je boterham eten, je moet over 15 minuten naar school.”
Mezelf betrap ik regelmatig op geweldvolle en beoordelende
opmerkingen naar mijn kinderen. “waarom kan jij nou nooit eens gewoon luisteren
als ik iets aan je vraag?” “mijn kinderen zijn ook echt oost-indisch doof” “ik
vind jou echt niet lief als je je broertje slaat” “blijf nou eens overal vanaf”
“je loopt ook altijd te zeuren, hou daar nou eens mee op” “Ja ga maar weer
huilen, zo vinden mensen je echt een huilenbalk”. Met dit soort opmerkingen
beschaam ik mijn kinderen of manipuleer ik ze. Soms gaan ze er inderdaad
sneller van doen wat ik wil dat ze doen, wat mij op dat moment goed uit komt.
Echter ben ik er door mijn ontdekkingsreis achter gekomen dat datgene wat zorgt
dat ik nu af en toe geen ruimte heb voor mijn kinderen, komt door mijn eigen
geweten. Dat geweten waarmee je jezelf toespreekt. Dit geweten spreekt vaak de
woorden uit, die je als kind te horen hebt gekregen en die dus je zelfbeeld
hebben gevormd. Ik doe dus ook heel hard mijn best om niet in deze taal
richting mijn kinderen te praten.
Overall conclusie van mezelf is dus dat opvoeden gaat vanuit
een visie. Die visie ligt binnenin jezelf en komt voort uit je eigen jeugd.
Zonder te beoordelen of dat nou goed of fout is, vormen dit de stemmen in je
eigen hoofd. Mijn ervaring is dus dat opvoeden voor gebeurd vanuit voorleven en
dus vooral jezelf opvoeden is. Want zolang ik last heb van mijn eigen
beperkende gedachten, breng ik deze ook weer over op mijn kinderen. Zo gaat het
van generatie of generatie. Hiervan los komen is het moeilijkste wat er
bestaat. In mijn ogen verander je dan pas echt van een kind in de ouder van een
kind. Immers ben ik de volwassene en kan ik me makkelijker inleven in de
behoeftes van mijn kind. Mijn taak is voor die behoeftes op te komen. Echter
moet ik ook voorleven hoe je voor je eigen behoeftes op komt. Dus is het in
mijn ogen een constant balans vinden tussen het vinden van een balans in het
vervullen van de behoeftes van die van de kinderen en die van mezelf. Vaak vraag
ik dingen na bij de kinderen. Toen de tandarts bijvoorbeeld laatst over het
hoofd van mijn 5 jarige dochter aan mij vroeg wanneer we het beste haar tand
eruit konden trekken, heb ik mijn dochter bij het gesprek betrokken. Ik heb de
tandarts gezegd dat ze het met goede uitleg aan sylke zelf moest vragen. Dit
heeft de tandarts dan ook gedaan en Sylke koos ervoor dat ze liever direct haar
tand wilde laten trekken, dan er een nieuwe afspraak voor te maken. Kinderen
zijn in mijn ogen dus vaak in staat om mee te denken in beslissingen.
Het balans vinden in verschillende behoeftes in het gezin
gaat dus vaak in samenspraak met de kinderen, als dit mogelijk is. Soms is dit
niet mogelijk (soms ook vanwege de leeftijd). De tendens van de maatschappij is
dat je als ouder vooral ook aan jezelf moet denken. De welbefaamde uitspraken
als “een gestresste moeder is een gestresste baby” worden dan vaak gebruikt. Echter
wil ik dit blog graag afsluiten met dat je als ouder volwassen bent en je
makkelijk over de behoeftes van je kinderen heen kunt walsen. Je kunt niet van
hen verwachten dat zij opkomen of wijken voor jou behoeftes, maar vanuit jou
rol als ouderschap wordt er wel verwacht dat jij dit doet voor je kinderen. Ik
zeg daarmee echt niet dat je jezelf constant moet wegcijferen. Zoals ik al
eerder zei is onze taak, denk ik, ook dat je voorleeft hoe je opkomt voor je
eigen behoeftes. Maar voor mij persoonlijk hoeven de behoeftes van mijn baby
dus niet voor de mijne te wijken. Ik geloof heilig dat dit later wat meer in
balans zal komen. Maar tot die tijd slaap ik dus samen met mijn baby, draag ik
mijn baby, geef ik maanden (langer dan gemiddeld) nachtvoedingen en dit alles
omdat mijn baby dit fysiek dan wel sociaal/emotioneel nodig heeft. Ik probeer
het mezelf zo comfortabel mogelijk te maken door ondersteuning te vragen voor
het invullen van mijn eigen behoeftes. Maar tot mijn baby oud genoeg is om in
taal mee te onderhandelen, staan zijn behoeftes vele malen hoger dan mijn
eigen. Dit is in mijn ogen mijn taak als ouder, wat de maatschappij en de
mensen om mij heen hierover ook zeggen.
Mooie, heldere, blog. Dank voor het delen.
BeantwoordenVerwijderengroetjes,
Davinia
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
BeantwoordenVerwijderen